De weekenden in de zomer van 2013 stonden vrijwel zonder uitzondering in het teken van festivals. De maandagen die daarop volgden stonden eigenlijk ook altijd in teken van de festivals van het weekend ervoor. Het kwam soms wel een beetje onhandig uit dat ik op maandagochtend tussen 9 uur en 17 uur op het kantoor moest zijn om allerlei werkzaamheden uit te voeren waar ik het nut nooit echt van inzag. Die maandagen beleefden altijd een hoogtepunt op het moment dat ik in Leiden de trein uitstapte en nog maar een kleine 500 meter naar mijn huisje hoefde te lopen. Dat laatste stukje voelde voor mij altijd een beetje zoals de Champs-Elysées ongeveer zal moeten voelen voor wielrenners die hebben deelgenomen aan de Tour de France: het was een slijtageslag, er leek geen einde aan te komen, pieken en dalen, maar je hebt het zonder dood te gaan tot een einde weten te brengen. Het juichende publiek verzon ik er altijd zelf bij. Meestal trok ik in de trein alvast een gele trui aan. Halverwege mijn Champs-Elysées werd ik halt gehouden door twee jonge mannen. Ze droegen beiden een pak en hadden een zwart naambordje op hun borst gespeld. Ze leken niet van de wedstrijdleiding te zijn, maar een onverwachte dopingcontrole had gekund. Ze vroegen mij hoe ik tegen het geloof aankeek. Het afgelopen weekend schoot in een paar willekeurige losse beelden door mijn hoofd. Het was waarschijnlijk goed dat de twee jongens niet konden meekijken met de beelden die zich in de afgelopen seconden door mijn hoofd speelden. Ik probeerde politiek correct te antwoorden en zei dat ik eigenlijk vooral heel erg op het geloof neerkeek. Politiek correct zijn is iets waar ik nooit heel goed in ben geweest. De twee jongens staken een tirade af waar de honden geen brood van lusten. Zelfs de hond van Satan zou met zijn staart tussen de benen zijn weggerend. Ze proclameerden dat ik eeuwig zou branden in de hel als ik het pad van Jezus Christus niet zou volgen. Ik vond het heel bijzonder hoe zij zo stellig konden zijn over iets wat nooit bewezen is. Een discussie over de hemel en de hel leek me op dat moment niet heel zinvol dus ik besloot mijn Champs-Elysées  te vervolgen richting de finishlijn van mijn loodzware maandagetappe. Ik bedacht me dat als ik op basis van hun criteria naar de hel zou gaan, (bijna) al mijn vrienden en familie hetzelfde lot zou ondergaan en dat de hemel een verzamelplek zou zijn van jongens in pakken met zwarte naambordjes. Ik besloot voor het eerst in mijn leven een woordje tot God te richten…